Thema:
HerfstA Betekenis/ bedoeling:1. Tijdsbesef; 4 seizoenen
2. oog hebben voor de natuur en haar materialen (verschillende kleuren, vruchten, zaden)
3. voortplanting van bomen en planten
4. wintervoorraad aanleggen
5. groeiproces van bomen (naaldbomen en loofbomen) en planten
6. aanvang winterslaap
7. het leven onder de grond: bodemdiertjes en andere wriemelbeestjes
8. fruitbomen
9. het weer
10. vogeltrek
B
Activiteitenaanbod:1. Herfsttafel maken.
2. Groepswerk maken.
3. Kringgesprekken houden.
4. Praatplaten behandelen.
5. Liedjes aanleren.
6. Herfstwandeling maken.
7. Herfst werkjes maken.
8. In het winkeltje gaan de kinderen recepten afhalen tegen ziektes of recepten voor een diner van eikels en kastanjes en bladeren.
Klik hier voor een voorbeeld..
9. Verhalen voorlezen/ vertellen.
10. Speelwerkbladen maken.
C Inrichting situatie en voorbereiding:1. Een kijktafel in de klas.
2. Het winkeltje wordt voorzien van eikels en kastanjes en bladeren en recepten en kaboutermutsen.
3. Er komen lege bakjes in het winkeltje om de eikels etc. in te doen en mee te geven.
4. Er komen recepten aan de muur te hangen, waaruit de klanten bij de kabouters mogen kiezen.
5. Wij maken een paddestoel van een parasol.
D Start en voortgang:1. Wij houden eerst een kringgesprek over de herfst en welk seizoen er nog meer is, met hun specifieke weerbeeld.
2. Wij maken samen een herfst kijktafel.
3. Van het winkeltje maken wij een recepten winkel.
4. Er wordt ook een groepswerk gemaakt.
5. Wij maken een bos wandeling met opdrachten.
Observatie:E De kinderen zijn 'matig' bezig:
Wij laten een paar kinderen het voor in de klas uitspelen.
F. De kinderen zijn 'niet goed' bezig:
Wij kopen een recept en helpen de kinderen daarbij, zodat zij het ook gaan begrijpen.
G.De kinderen zijn 'goed' bezig
Wij geven een paar nog moeilijke recepten.