2 Vouw het
rechte kruis Je hebt dan nr 7 van de vouwtermen.
3 Vouw het werkje bij staande of liggende vouw dubbel (zie foto voorbeeld ) en hou de uiteinde van de omgevouwen kant vast en duw deze naar binnen en duw het werkje plat.
4 Je hebt dan een
dubbelvierkant Dat is nr 9 van de vouwtermen. Leg de dubbele vierkant met de dichte punt naar beneden.
5 Vouw de bovenste punt naar beneden en doe dat ook aan de andere kant en je hebt voorbeeld 1.
6 Neem het puntje rechtsboven en vouw die aan de binnenkant naar rechts onder (zie voorbeeld 2)
7 Draai je werk ¼ en geef de kip; haan, hen of kuiken ogen en een kam en een snavel en plak zijn kop bovenaan dicht.
Deze hen kan staan en haar kuikens kunnen onder haar vleugels zitten