De Duitse pedagoog Friederich Fröbel (1782-1852) heeft het papiervouwen in het duitse onderwijssysteem gebracht.
De Nederlandse Elise van Calcar bracht in 1863 via een boekje bekendheid aan het vouwen van Fröbel.
Zij was ook de oprichtster van de eerste kweekschool voor bewaarschoolhouderessen in Leiden.
Wybrandus Haanstra (1841-1925) , die directeur was van de Leidse kweekschool, maakte de eerste en tweede reeks van de Leidse kweekschool, als tussenstappen tussen de reeksen van Fröbel.
Fröbel maakte 5 reeksen
De eerste losse reeks
Deze was bedoeld voor de jongste kleuters.
De eerste reeks
De zijkanten naar het midden
(rechte en schuine kruis en daarna de zijkanten naar het
midden)
De tweede reeks
De punten naar het midden.
(rechte en schuine kruis en daarna de punten naar het
midden).
De derde reeks
Drie maal de punten naar het midden
(rechte en schuine kruis en 3 x de punten naar het midden ).
De vierde reeks
Punten naar het midden en zijkanten
(rechte en schuine kruis, punten naar het midden, zijkanten
naar het midden).
Hier volgen enkele punten voor het belang van vouwen:
a Lichamelijk;
het vouwen is belangrijk voor de fijne motoriek.
b De sensomotoriek;
zien en vergelijken, de verschillende soorten papier voelen en
kijken naar de vormen en kleuren
c Het taalbegrip;
vouwen is handig om de begrippen groot-klein,
dik- dun, donker-licht aan te leren.
d Het verstand;
door het vouwen leert het kind waarnemen,
bedenken wat iets voorstelt en het benoemen,
door vouwreeksen te onthouden wordt het geheugen
geoefend.
e Wiskundig inzicht;
het vouwen bereidt de kinderen voor op het wiskundige rekenen
en de geometrie.
f Het schrijven;
door het vouwen krijgen kinderen lenigheid in de vingers,
waardoor ze gemakkelijker en mooier kunnen leren schrijven.
Dit zijn enkele belangrijke doelstelling voor het vouwen.
Ik hoop dat jullie veel plezier en profijt van mijn site hebben en laat dat eens horen via mijn gastenboek of e-mail.
Verder sta ik open voor nieuwe (vouw)werkjes.
Met vriendelijke groeten
Elly van Noort-Hartkamp