A Betekenis/ bedoeling: 1.De kinderen de natuur laten beleven, dmv bloemen bekijken in de tuinen of op school en de groeiwijze laten zien. Klik
hier voor een filmpje over de bloeiwijze van een narcis.
2.Bezig zijn met de dieren in de natuur, zoals kikkerdril en met lammetjes.
3.Zorgen voor de natuur en nu vooral de kikkervisjes.
B Activiteitenaanbod: 1.In de gang maken wij een bloemenwinkel.
2.Er is een telefoon om bestellingen op te nemen, er ligt ook een schriftje.
3.Wij maken kaartjes met hartelijk gefeliciteerd en welkom thuis en van harte beterschap, voor in de winkel.
4.De winkel bestaat uit kunst bloemen en uit zelfgemaakte bloemen.
5.Kringgesprek over de natuur in het algemeen en over de bloemen en kikkers en lammetjes specifiek.
6.Liedjes over de lente en de dieren in de lente.
7.Verhalen vertellen/ voorlezen over de lente.
8.Speelwerkbladen over de lente.
9.In de schrijfhoek zijn woorden geschreven, die over de lente gaan.
De cirkel: 1.Communiceren, vooral in de winkel.
2.Wereld verkennen.(buiten wandelen en de kikkervisjes)
3.Voorstellingsvermogen en creativiteit (zie werkjes onderaan).
4.Samen werken en spelen, vooral in de winkel.
5.Actief zijn en initiatieven nemen, vooral in de winkel.
6.Uiten en vormgeven, hoe ziet een kikker, bloem eruit.
7.Nieuwsgierig zijn (kikkerdril, bolletjes).
C Inrichting situatie en voorbereiding 1.Wij maken een bloemenwinkel in de gang.
2.Wij zetten bloemen in de klas, (een bloembol op glas, sneeuwklokje, forsythia, narcissen en dergelijke).
3.Wij zetten een aquarium in de klas met kikkerdril.
D Start en voortgang: 1.Wij hebben levend materie in de klas en daar praten wij over.
Observatie: In de winkelE De kinderen zijn 'matig' bezig:
Wij komen bloemen kopen
F De kinderen zijn 'goed' bezig:
Wij breiden het uit met de telefoon en een met bestellingen.
G. De kinderen zijn 'niet goed' bezig:
Wij spelen het uit dmv een toneelstukje.