Thema: Kleding
Vervolg op thema: Mijn eigen lijf
A Betekenis/ Bedoeling:
De kinderen leren wat de functie is van kleding (bescherming tegen kou en hitte; winter- en zomerkleding.)
Beroepskleding, sportkleding, nachtkleding en feestkleding hebben elk een eigen functie.
Kleding moet ook passen. We vergelijken verschillende kledingstukken qua maat.
Je hebt lievelingskleren en “lastige” kleren die kriebelen of moeilijk sluiten.
Hoe voelt het om kleren te dragen die mooi staan of juist kleren die je lelijk vindt. Verkleedkleren lokken uit tot spel in een verkleedhoek of in een winkelhoek.

Het thema kan verdeeld worden in deelthema's om het overzichtelijk te maken.
1ste week: welke kleding ken je? Zomer- en winterkleding.
2de week: beroepskleding/ werkkleding.
3de week: feestkleding.
Er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden.

B Activiteitenaanbod:
1 Kleding sorteren op zomer- en winterkleding.
Later kunnen we rubriceren: werkkleding, feestkleding, sportkleding etc.
2 Een woordweb maken.
3 Een winkel inrichten met in de eerste week zomer- en winterkleding.
In de tweede week beroepskleding.
4 Passen en meten van kleding.
5 Een voeldomino maken van hout waarop allerlei verschillende stofjes geplakt worden zoals: fluweel, zijde, kant, katoen, wol, flanel, ribstof, bont.
6 Sluitingen bekijken, ontdekken en beheersen zoals: ritsen, gespen, knopen, veters, klittenband, riemen, drukknopen, linten. Veterdiploma!
7 Kleding maken op de naaimachine of met de hand.
We kunnen iemand uitnodigen om iets te laten zien.
8 Een naaimiddag organiseren met moeders of oma's. We kunnen gaan naaien, borduren of vlechten.
9 Kleding wassen, drogen en strijken of opvouwen. Wat heb je hiervoor nodig?
10 Van sommige kledingstukken heb je een “paar” nodig. ( wanten, handschoenen, sokken, kousen, schoenen, klompen, laarzen, gympen )
11 In sommige kledingstukken voel ik mij stoer of mooi of deftig of sportief.
12 Rekenactiviteiten met knopen, gespen, bandjes en kantjes.
Dit kan ook in de winkel gebruikt worden.
13 Kleding kun je versieren met linten, strikken, sieraden, sjaals, hoeden en petten.
14 Als afsluiting is het mogelijk om een modeshow te organiseren voor de ouders.

C De cirkel van de basisontwikkeling:
1 communiceren over beroepskleding. Wat is van wie?
2 nieuwsgierig zijn naar allerlei sluitingen.
3 wereld verkennen. Welke stoffen voel ik en ken ik?
4 samen spelen en werken in de winkel.
5 voorstellingsvermogen en creatief zijn met borduren en naaien; maar ook creatief zijn met toneelspelen.
6 actief zijn en initiatieven nemen.

D Lesactiviteiten:
De vakken:
Taal
1 We houden kring- en leergesprekken.
2 Vertellen bij een praatplaat.
3 Verhalen vertellen en prentenboeken voorlezen.
Prentenboek:”Sara en de deur”
4 Dramatische expressie n.a.v. een verhaal.
(Hoe voel ik mij in deze feestjurk of in dat pak met hoge hoed.)
5 Kopen en verkopen in de kledingwinkel.
6 Kleding benoemen.
7 Kleding wassen, drogen, strijken, opvouwen. Hoe doe je dat en wat heb je nodig?

Rekenen
1 Passen en meten van kleding. Begrippen als lang, kort, te lang, wijd, strak, open, dicht komen ter sprake.
2 Knopen tellen en sorteren op eigenschappen.
3 Het begrip: een paar wordt behandeld.
4 Kopen en verkopen in de winkel met kassa en munten.
5 Schoenen sorteren. Paren maken en naar grootte neerleggen.

Muziek
We leren liedjes aan.
1 Pak je laarzen, pak je jas. (Eigenwijs blz.110)
2 Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier.
3 Kleertjes uit, pyjamaatjes aan.
4 Ik wil geen jas aan. (Zand op je boterham blz. 55)
Verder zijn er genoeg mogelijkheden om zelf te improviseren op bestaande liedjes.

Fijne motoriek
1 Schrijfoefening- oma breit een trui.
2 Voorbeelden namaken op het kralenplankje.

Onderzoeksactiviteiten
1 Veters strikken en andere sluitingen uitproberen en leren.
Werkjes bij het thema
1 Sorteren van platen uit tijdschriften of rubriceren.
2 Borduren
3 Vlechten van een truitje. Klik hier voor een voorbeeld
4 Knippen en plakken met lapjes of sitspapier (zie onderaan Bas in zomer teneu en in wintertenue maken)
5 Naaien m.b.v. ouders en/of oma's en opa's.
6 Verhaal tekenen/ strip; ik kleed mij aan.
7 Groepswerk: de kledingwinkel of de klerenkast. Klik hier voor een voorbeeld van een hoek.
8 Groepswerk: zomerkleding/ winterkleding.
9 Mozaïekfiguren leggen en naplakken als rand op kleding.
10 Vouwen van een jas, trui of broek. Klik hier voor een kostuum en hier voor een broek met t-shirt
11 Werkbladen: sorteren, begrippen
12 Verf je lieveling kledingsstuk
Mijn lievelings broek en trui.
Winter en zomer tenue