A Betekenis/bedoeling:
1.    De kinderen zijn bekend met de gevoelens, zoals boos, bang, blij en verdrietig.
2.    Wij laten met elkaar die gevoelens beleven d.mv. een verhaal, toneelstukje of werkles.
3.    Wij maken een knuffel of griezelhoek ( eerste blij, verdrietig of boos, tweede bang)
4.    Kinderen willen graag de verschillende rollen en interacties, die in deze situatie de kern vormen, imiteren en uitspelen.

B Activiteitenaanbod:


1.    Gespreksactiviteiten en andere kringactiviteiten; voorlezen uit een prentenboek 'Helemaal blij" van uitgeverij Kwintessen en ,Je gevoelens als je Bedroefd bent' van uitgeverij Dijkstra en 'Het grote Monster' en de methode van Mariana Kog en Julia Moons 'Een doos vol gevoelens'          wordt er bij gebruikt
2.    Lees/ schrijfactiviteiten; Prentenboekjes over gevoelens in de leeshoek, wij tekenen wat ons blij, verdrietig etc. maakt.
3.    Onderzoeksactiviteiten; Kijk naar de kaartjes van de methode, wie zijn er blij verdrietig etc.
4.     Constructieve activiteiten; Maak een knuffel of griezelhoek..
5.    Spelactiviteiten; Speel daarna je spel in de hoek of voer een toneelstukje op of een poppenkastspel
6.    Verder maken wij nog verschillende creatieve werkjes.

De cirkel van de basis -ontwikkeling:
1.    Nieuwsgierig zijn.
2.    Communiceren (wat zijn gevoelens en wat doe je ermee)
3.    Uiten en vormgeven (Laat zien wanneer je blij bent etc.)
4.    Wereld verkennen (Welke mensen zijn er blij, verdrietig, boos of bang).
5.    Samen spelen.
6.    Voorstellingsvermogen en creatief zijn.

C Inrichting situatie en voorbereiding
1.    Wij geven de kinderen grote doeken om een hoek te maken.
2.    Wij geven de kinderen knuffels.

D Start en voortgang:
1.    De kinderen beginnen met het maken van een hoek.

E Observatie:

E De kinderen zijn 'matig' bezig:    
Wij vragen wat ze zijn, blij of etc.    

F De kinderen zijn 'goed' bezig    
wij laten de kinderen vertellen wat zij gedaan hebben in de hoek.    

G. De kinderen zijn 'niet goed' bezig:    
wij geven de kinderen leiding en sturing om tot spel te komen.
Werkjes bij het thema gevoelens.
1 Neem kleine ronde blaadjes en maak een mobiel met gezichtjes die blij verdrietig boos of bang zijn.
2  Maak een poppetje met aan de ene kant een blij en aan de andere kant een verdrietig gezicht. Vertel een verhaal en de kinderen geven dmv het poppetje aan of het een blij of verdrietig verhaal is.
3 Vouw een tekenpapier door midden en laat de kinderen een blij en een verdrietige pop verven of tekenen of met wasco maken.
4 Maak een stressbal, vul een ballon met zand en maak hem goed vast. Teken er ogen en een mond op en maak bovenaan haren erop vast.
5 Maak een bril en de ene maak je heel erg vrolijk met bloemen etc. de andere heel erg streng met donkere wenkbrauwen.
6 Maak een spookje. Neem een vierkant wit lapje stof en doe in het midden een watje, wikkel daar een draadje om het hoofd van de spook is geboren. Teken ogen erop en een mond
7 Teken in een boekje die dingen die je blij en verdrietig en boos en bang maakt.
8 Maak een sokpop. Neem een oude sok, steek daar je hand in en aan het uiteinde plak je een gezicht.
9 Maak een griezelbeest. Neem daarvoor een eierdoos van 10 eieren, verf die groen. Neem een melkpak (schuur die eerst, dit om beter te kunnen lijmen en verven, de verf blijft dan beter zitten) dit wordt zijn bek. Knip de melkdoos in de lengte getand door midden en plak die aan de eierdoos en de krokodil is gemaakt.
Klik hier voor nog meer ideeën over dit thema
Thema: Gevoelens.
Free counter and web stats