A Betekenis/bedoeling:
1) de kinderen proberen zich te verplaatsen in de personage van Pippi Langkous
2) de kinderen spelen verhalen na over Pippi Langkous
3) de kinderen meten / wegen en vergelijken (Pippi is erg sterk)
4) de kinderen worden geactiveerd om na te denken over oplossingen, fictie en werkelijkheid
5) de kinderen komen tot conclusie dat samenwerken inhoudt, dat een opdracht gemakkelijker kan worden uitgevoerd.
Activiteitenaanbod:
1) Werkles:
A meet je eigen voeten, trek ze om, knip ze uit en kleur ze in.
B Pippi Langkous knippen en plakken
C werkbladen (met reken- en taalbegrippen: hoeveel letters zitten er in het woord, begrippen op, onder, voor, naast etc.) Pippi wilde niet naar school.
2) Kringactiviteiten:
prentenboeken over piraten voorlezen
verhalen over Pippi Langkous voorlezen/verzinnen
belevenissen over verhalen / video met elkaar doornemen
3) Lees/ schrijfactiviteiten:
in de schrijfhoek zullen papieren worden gelegd met voorbereidende schrijfoefeningen erop.
Ook zullen we woorden op papier schrijven, die te maken hebben met piraten / Pippi Langkous.
4) Reken/wiskundeactiviteiten:
de kinderen gaan Pippi Langkous knippen / plakken ze mogen hierbij zelf bepalen welke materialen en welk gereedschap ze gaan gebruiken.
De cirkel van de basisontwikkeling:
1)Communiceren:
Er wordt gesproken over de volgende onderwerpen:
werkelijkheid en fantasie
kracht / spieren
samen werken / voor elkaar opkomen (samen ben je sterker)
zwaartekracht
2)Nieuwsgierig zijn:
Er wordt een hoek ingericht, waar kinderen worden uitgedaagd om de volgende dingen te onderzoeken:
wat is zwaar , wat is licht?
wat blijft drijven , wat niet?
wat zinkt snel, wat zinkt langzaam?
3)Wereld verkennen:
Omdat Pippi Langkous een verhaal is, zullen er veel gesprekken plaatsvinden over fictie en werkelijkheid
4)Samen spelen en werken:
Door samen dingen uit te voeren, zullen kinderen merken, dat ze veel sterker zijn.
Een werkje leent zich uitstekend voor samenwerking (de kinderen
moeten elkaars been omtrekken, vervolgens mogen ze dit uitknippen en inkleuren).
5)Voorstellingsvermogen en creatief zijn:
zelf een Pippi huis inrichten
de kinderen mogen bepalen welke voorwerpen in de meet- en weeghoek mogen.
6)Actief zijn en initiatieven nemen:
In het spel en in de meet- en weeghoek mogen de kinderen zelf bepalen welke voorwerpen zwaar of licht zijn, zwaarder of lichter zijn.
C Inrichting situatie en voorbereiding
In de huishoek leggen we kleren van Pippi Langkous.
De zandtafel vullen we met water. De kinderen mogen zelf voorwerpen meenemen die we kunnen meten en wegen.
D Start en voortgang:
Wij laten een videoband zien over Pippi Langkous.
In de klas spreken we over het thema Pippi Langkous.
We maken kinderen enthousiast en zullen tijdens de werkles werkjes aanbieden over het thema.
Aan het eind van dit thema zullen we een feestochtend organiseren rond het thema Pippi Langkous.
E Observatie:
E De kinderen zijn 'matig' bezig:
We geven suggesties door eventueel prentenboeken aan te bieden
F De kinderen zijn 'goed' bezig
De werkjes worden bewonderd in de kring.
G. De kinderen zijn 'niet goed' bezig:
Wij vragen terug; hoe ziet Pippi eruit? Kun je er nog meer over vertellen? Wij gaan plaatjes bekijken over Pippi Langkous